Een bundel artikelen is geen boek

Een bundel artikelen is nog geen boek

Ontwerpen is geen kunst – 25 artikelen over de ontwerppraktijk, ontwerpprojecten en de samenwerking tussen ontwerper en opdrachtgever – Auteur: Roel Stavorinus – Uitgever: The Eriskay Connection – Jaar van uitgave: 2013

Veelbelovende titel!
Het is belangrijk dat dit soort boeken gemaakt worden. Er verschijnt al zo weinig over ‘de ontwerppraktijk’. Je zoekt antwoorden op vragen als: Hoe stel je je op als ontwerper ten opzichte van een klant? Wat kun je van een klant verwachten, wat van een ontwerper? Hoe maak ik duidelijk wat de waarde is en het nut van een ontwerper inschakelen? Boeken voor ontwerpers en opdrachtgevers waarin nagedacht wordt over hoe samen het beste resultaat te behalen zijn er niet veel. Laat staan in het Nederlands. Reden genoeg dus om het boek Ontwerpen is geen kunst van Roel Stavorinus, designmanager, aan te schaffen. Hierin heeft hij 25 van zijn artikelen gebundeld die tussen 2009 en 2012 verschenen in Vormberichten, het ledenblad van de BNO (Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers).

In de weg
Wel of geen nieuwe huisstijl; de rollen van een ontwerper; werken voor weinig of niets; onderzoek als ontwerper niet alleen de opdracht, maar ook de opdrachtgever; werken voor de overheid; de driehoek tijd, geld en kwaliteit; presenteren; accountdenken; design als werkwoord. Het is een greep uit de – interessante – onderwerpen die voorbijkomen.

Het boek ontbeert echter structuur. De 25 artikelen zijn volgens mij in volgorde van publicatie achter elkaar gezet. Ik zou anders niet weten waarom artikelen met nagenoeg hetzelfde onderwerp (bijvoorbeeld werken voor overheden of de rol van de designmanager) niet bij elkaar staan. Zo kom je door het boek heen bepaalde redenaties meerdere keren tegen. Logisch als je een artikel voor een blad schrijft, maar irritant als je ze vervolgens ‘klakkeloos’ in een boek bundelt.

Je komt ook niet verder met een bepaald onderwerp. Het graaft niet dieper dan het artikel lang is. Zo blijf je regelmatig bij het abstracte ‘wat’ en ‘dat’ steken en kom je zelden bij het praktische ‘hoe’ uit. Elk artikel is als afzonderlijke eenheid geschreven, er zit geen serie tussen van, zeg, vijf artikelen die dieper ingaan op bijvoorbeeld de neiging om communicatie- of beleidsvraagstukken op te lossen door middel van een (nieuwe) huisstijl.

Bij die diepgaande verkenning hoort wat mij betreft ook een goede afbakening en definitie van de gehanteerde begrippen. Ook die ontbreekt. “Waar eindigt huisstijl en waar begint communicatie?” Ja? Vertel het maar! Goeie vraag namelijk. Het antwoord geeft Stavorinus niet. Ook een literatuur- en bronnenlijst ontbreekt.

De structuur van de artikelen zit Stavorinus hier behoorlijk in de weg.

Scheppende geest
Ook toon en taal zouden nog wel te behappen zijn in een tijdschriftartikel dat tussen allerlei andere soorten tekst en informatie staat. Maar ze allemaal achter elkaar zetten (en lezen), toont dat Stavorinus misschien wel veel kennis heeft van de ontwerppraktijk en designmagement, maar ook dat kennis geen garantie is voor een goed leesbare tekst.

Onaangenaam vond ik ook de stereotiepe manier waarop ontwerpers worden neergezet. Misschien heb ik wel geen goed beeld van hoe andere ontwerpers zijn, maar ik herken me bijvoorbeeld helemaal niet in het volgende ‘praktijkbeeld’:

“In theorie zou elke ontwerper belang moeten hechten aan een zorgvuldig opgezet project en de beheersbaarheid daarvan. In de praktijk is de ontwerper vooral de scheppende geest die de lineaire gefaseerde projectopzet van de projectmanager niet zo goed begrijpt en liever creatief en intuïtief werkt. Voor de projectmanager vormen alle randvoorwaarden een uitdaging en is de opzet van het project interessant, terwijl de ontwerper de randvoorwaarden eerder als belemmeringen ziet van het creatief proces.”

Mensenkunstenaar
Dit boek verscheen eerder onder de titel De Mensenkunstenaar. Daarin bundelde Stavorinus al achttien artikelen. Ontwerpen is geen kunst is uitgebreid met zeven nieuwe.

Op Issuu is die vorige editie te lezen. Een vergelijking tussen de twee versies levert in ieder geval een verklaring op voor een paar van de dingen die me in Ontwerpen is geen kunst waren opgevallen. Zo doet in de laatste zeven artikelen opeens het begrip designmanager/management zijn intrede, zonder introductie of aanleiding. Alle achttien artikelen ervoor ging het over projectmanager, accountdenken en integrale aanpak.

Minder inhoudelijk maar daardoor niet minder storend waren de opmaakfoutjes in het nieuwe deel (te veel of zelfs te weinig spaties, een raar afgebroken regel, een sterretje dat nergens naar verwijst, een tussenkopje vergeten in het juiste typogram te zetten). En het plotselinge veelvuldige gebruik van ‘kraakhelder’. Niet echt een gebruikelijk woord, dus als je dat zes keer tegen komt irriteert dat.

Designmanagement heeft de toekomst
De strekking van het boek is dat ontwerpers meer gericht zouden moeten zijn op het proces in plaats van alleen op het creatieve eindresultaat. In de dienstverlening laten ontwerpers en bureaus kansen liggen. En designmanagement kan een belangrijke rol spelen in het dichter bij elkaar brengen van creatieve doelstellingen en bedrijfsdoelen. Daar ben ik het van harte mee eens. Dat is inderdaad een valkuil, ook voor mij.

En er staan ook echt nuttige tips en voorbeelden in dit boek, de algemene boodschap is zeker de moeite waard. Maar zoek een goede redacteur die met je mee denkt over de beste presentatie van al die kennis over designmanagement. Zodat je dieper kunt graven, verbanden kunt leggen, een echt geheel kunt smeden van al die interessante losse delen.

Want volgens de schrijver heeft die functie veel toekomst in de alsmaar complexere context waarin de ontwerper en opdrachtgever elkaar moeten vinden en begrijpen. En ik kocht het boek ook vanuit die behoefte aan kennis over designmanagement. Ontwerpen is inderdaad geen kunst. Maar helaas is een bundel artikelen ook niet meteen een boek.

Een bundel artikelen is geen boek